Wikia


Marcellus Emants beschreef in zijn naturalistische roman Een nagelaten bekentenis (1894) hoe een man ertoe gekomen is zijn vrouw te vermoorden.

Lodewijk van Deyssel schreef in zijn naturalistische roman Een liefde (1888) over een mislukt huwelijk. Deze roman riep woedende kritieken op door een paginalange zelfbevredigingsscène van de vrouwelijke hoofdpersoon. Van Deyssel weerlegde deze kritieken in een artikel in De Gids.

Louis Couperus was een van de grootste romanschrijvers van zijn tijd. Eline Vere (1889), Noodlot (1890), De stille kracht (1900) en Van oude mensen de dingen die voorbijgaan (1906) bevatten allemaal naturalistische kenmerken.

Frederik van Eeden schreef Van de koele meren des doods (1900), een roman met naturalistische kenmerken, en het sprookje De kleine Johannes (1885/1886). Onder het pseudoniem Cornelis Paradijs bracht hij de dichtbundel Grassprietjes uit.

Jacques Perk en Willem Kloos waren impressionistische dichters die geïnspireerd werden door de romantische natuurlyriek van de Engelsen Keats en Shelley. Perks sonnetten, opgedragen aan zijn geliefde Mathilde, werden na zijn dood door Kloos uitgegeven onder de titel Gedichten (1882). In de inleiding bij deze bundel maakte Kloos duidelijk dat schrijvers en kunstenaars maar een taak hebben: het scheppen van schoonheid. Met zijn l’art pour l’art-principe zet hij zich af tegen de ‘kunst met een boodschap’. Deze inleiding werd een manifest voor de groep schrijvers die bekend staat als de Tachtigers. Bekende Tachtigers waren Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden en Herman Gorter.

Herman Gorter schreef met het lange verhalende gedicht Mei (1889) een van de hoogtepunten van de impressionistische poëzie. Later werd Gorter socialist en schreef hij poëzie met een socialistische boodschap.

Herman Heijermans was ook socialist. Hij beschreef in zijn toneelstuk Op hoop van zegen (1900) de uitbuiting van vissers. Dit leidde tot een verbetering van de arbeidsomstandigheden van de vissers.

Links Edit